De glimlach op Jip zijn gezicht is voor zeven uur in de morgen ongekend en Koos zijn blauwe ogen stralen. Jip is nog sneller klaar met eten dan gebruikelijk en zelfs Koos peuzelt zijn stukjes brood in een rap tempo weg. De euforie over dat wat komen gaat is voelbaar. Onderling bespreken ze nog even hun laatste plannen. Koos blijkt met vrienden gisteren in de klas al te hebben doorgenomen hoe ze het park gaan bestieren en Jip heeft een verdeelstrategie voor het snoep om de terugweg niet zonder door te brengen. Tussendoor probeer ik nog wat ouderlijke wijsheden mee te delen. Op tijd naar de wc, bij de anderen blijven, luisteren naar de juf. Ze nemen het niet op en ze weten het ook best. Ik vraag of ze het spannend vinden. Ze kijken me verbaasd aan. Ze hebben er zin in. Ze kunnen niet wachten. Schoenen glijden soepel aan voeten, jassen belanden zelfstandig over schouders, ritsen gaan zonder hapering naar boven. Voor ik het weet staan we buiten. Klaar om te gaan.

Zijn we niet wat vergeten? In vertwijfeling gebracht door de soepele gang van zaken, controleer ik de schoolinstructies en brengtijden op mijn telefoon. We hebben alles. We zijn nog ruim op tijd. Jip staat al met zijn fiets op de weg. ‘Zitten we hier nou op jou te wachten mam?’ Ok. We gaan al. 

Koos gaat in de klas direct zitten om in de resterende tijd het plan de campagne met het groepje vriendjes door te nemen. Ik sta er nog wat vertwijfeld achter. Hij kijkt om. Staat op. Geeft me een dikke knuffel en loopt terug. ‘Je mag gaan hoor mama.’ 

Druk kletsend loopt Jip vanuit de school in de richting van de bus. Hij onderbreekt het gesprek kort om zijn handpalm tegen de mijne te slaan en stapt in. Ik probeer hem te vinden door de half geblindeerde ramen en zie dat hij met een vriendje gekke bekken trekt en keihard lacht. 

Parmantig doorkruist Koos de lange harmonicabus. De tegenover elkaar geplaatste banken achterin zijn natuurlijk dé plek voor de grote jongens van groep twee. Als de bus start, vergeet hij bijna om te zwaaien. Vlak voor de bus snelheid maakt, kijkt hij me aan. Zijn blije gezicht zegt alles.

Weg zijn ze.

Van een schoolreisje naar een binnenspeeltuin, tot een schoolreisje naar een grotere speeltuin buiten, tot een schoolreis naar een pretpark met spannende attracties, tot dat -sneller dan ik nu kan voorstellen- straks het schoolkamp (!) volgt.

Ze redden zich elke keer een beetje meer.

Het is niet aan mij ze te vertragen. Hoe spannend ik dat ook vind.

Categories:

Tags:

Comments are closed